©Wim 2001
<
>
Cornelis Iprenburg , geboren op 3 februari 1922 in Renkum en is neergeschoten in zijn ziekenbed door Henk Sijnja (het Verzet) en is overleden op 27 oktober 1943 in Wageningen, 21 jaar oud. Cornelis is een zoon van Geurtje Breekveldt en Cornelis Iprenburg. De roof van het bevolkingsregister in Wageningen: In 1943 begon het onrustig te worden. In de nacht van 2 op 3 januari 1943 rooft de groep het complete Wageningse bevolkingsregister om de tewerkstelling in Duitsland te frustreren. De groep verschaft zich via een ruitje toegang tot het gemeentehuis en voert de twintigduizend persoonskaarten in vier jute zakken af. Het register werd overgebracht naar het voormalig veerhuis Wolfswaard. Omdat de bezetter de actie toeschrijft aan studenten ontbiedt zij begin januari alle Wageningse hoogleraren op het politiebureau en worden twintig studenten als gijzelaar weggevoerd. Zij zouden allemaal levend terugkeren. Het wordt pas echt menens als in de loop van 1943 duidelijk wordt dat zich in de OD een infiltrant bevindt. Door toedoen van deze 21-jarige collaborateur, Cornelis Iprenburg, valt een deel van de verzetsgroep in handen van de bezetter. De eerste aanslag op Iprenburg mislukt en Sijnja aanvaardt de opdracht de liquidatie te voltooien in het Wageningse ziekenhuis Ziekenzorg. Lees verder over de roof van het bevolkingsregister: EEN VERRADER UIT NOODWEER GEDOOD EN DE MOORD OP DOKTER BOES door: F. van der Have In het dagboek van de politie lezen we: 5 mei 1943. 20.00 uur, door de Sichterheitsdienst zijn aangehouden en overgebracht naar Arnhem: 1. Gabriël Smit, geboren 4 januari in Rhenen en is overleden op 13 februari 1945 in Kdo. Leonberg, NatZweiler. 2. Marinus J. Hovestad, geboren 9 mei 1925. 3. Johannes Sachteleben, geboren 15 januari 1916. 4. Johannes Post, geboren 18 mei 1894 in Wageningen en is overleden op 28 december 1944 in Hamburg, Neuengamme. 5. Hendrik Jan Timmer, geboren 2 februari 1903. 6. Johannes Folmer, geboren 18 oktober 1918. Deze Wageningers waren allen lid van de Ordedienst, meestal O.D. genoemd. Bij de oprichting gingen de leden van de staf zeer voorzichtig te werk. Als vaste regel gold dat men werkte met groepjes van ± 5 leden met een commandant. Cornelis Iprenburg (21 jaar) wist zich in te dringen in deze groep. Toen had hij al contacten met de Sichterheitsdienst in Arnhem. Hij gaf de namen door van zijn groep en de mannen werden gearresteerd. Veel kon men hen niet ten laste leggen. Toch werden ze veroordeeld en overgebracht naar een concentratiekamp in Duitsland. Helaas zijn de leden Smit en Post daar omgekomen. Iprenburg ging wat later naar Drachten en meldde zich daar als onderduiker bij een lid van de Landelijke Organisatie tot hulp aan onderduikers, kortweg de L.0. Een van de leiders van het plaatselijk verzet nam hem gastvrij op. Na enige tijd werd deze man met enkele medewerkers gearresteerd door de S.D. Het kostte deze man zijn leven. Alles wees erop dat Iprenburg de verrader was. Deze ging via Leeuwarden naar Franeker. Af en toe kwam hij thuis. Via de L.0. kwam het verhaal uit Drachten bij de staf van de O.D. terecht. Wat moest er nu gebeuren? Men volgde hem en hij kwam op Duitse adressen in Arnhem en Amersfoort. Steeds duidelijker bleek dat hij een collaborateur was. Wel stond vast dat hij nog meer wist en dat hij doorging met zijn verraderswerk. Soms hoorde je van wilde illegale groepjes die zonder meer Duitse soldaten en N.S.B.-ers doodschoten. In de top van de illegaliteit dacht men hier anders over. Slechts uit noodweer mocht men tot executie van een verrader overgaan. Dat mocht alleen als men niet kon wachten tot de bevrijding. Er moesten mensenlevens op het spel staan of er waren soms al slachtoffers gevallen. Een van de K.P.'s zat met zo'n geval. Het werd in de staf besproken en men gaf de verrader een advocaat, die voor hem pleitte. In Wageningen werd besloten dat Iprenburg onschadelijk gemaakt moest worden. Ir H. Sijnja was commandant van de gearresteerde groep. Men had nog geen idee wat er moest gebeuren. Maar de maat was vol. Mijn vroegere buurman, Jan Kleyn, was lid van de O.D. en hij was op de hoogte met het geval Iprenburg. In het politierapport lezen we "Verklaring van Iprenburg, afgelegd in het ziekenhuis": "Donderdag 21 oktober ± 10.00 uur te voet in de Kapelstraat gaande, zag ik de mij bekende controleur van het Burgerlijk Armbestuur Kleyn op 2 meter afstand op de fiets, hij had een pistool in zijn hand en schoot op me." Kleyn ging snel naar huis, gaf het wapen aan zijn vrouw en verdween. Hij dook onder in Nijmegen. Mw. Kleyn gaf het wapen bij mij af en diezelfde dag werd het in een stuk land achter de huizen aan de Diedenweg begraven. Mw. Kleyn en haar zuster werden gearresteerd. Zij kwam in kamp Vught terecht en bleef daar tot de bevrijding van Brabant. 21 januari werd daar haar dochtertje geboren. Het meisje werd vernoemd naar de kamparts, die haar hielp. Op 27 oktober verklaart Iprenburg in het ziekenhuis: "Een mij onbekend persoon met bloemen heeft op mij geschoten. Het was Kleyn niet". Sijnja en zijn makkers overlegden wat hun te doen stond nadat Iprenburg uit het ziekenhuis zou worden ontslagen. De hele situatie veranderde toen bleek dat Dr Boes in nauw contact stond met de heer Doekes, de militaire commandant van de O.D.. Boes adviseerde de liquidatie niet uit te stellen tot na het ontslag van Iprenburg uit het ziekenhuis. Boes koos zelfs een geschikte avond uit, waarop het merendeel van het personeel niet aanwezig was en maakte een schetsje van de kamer, waar Iprenburg verbleef. Toen de directrice hem de raad had gegeven Iprenburg door te sturen naar Utrecht had hij dit geweigerd. Er was weinig tijd om een grondige voorbereiding te treffen. Er moest worden geïmproviseerd. Sijnja voelde zich het meest betrokken bij de zaak omdat zijn hele groep in het concentratiekamp zat en hij nam de taak op zich om de voor hem onverkwikkelijke taak uit te voeren. Henk Sijnja en Bob Mebius kwamen samen in het huis van Doekes op de Lawickse Allee. Sijnja had een eenvoudige vermomming: een lange zwarte jas, rijlaarzen, een armband met hakenkruis en een zwarte pet. Verder droeg hij een simpel metalen brilletje, uit militaire dienst overgehouden. Hij had een klein pistool, een Walther 6.35. "Toen ik met Mebius op pad zou gaan," vertelt Sijnja, "stopte iemand me een bos bloemen in de hand." Bob Mebius had een fiets klaarstaan op korte afstand van de hoofdingang. Sijnja passeert de portier en gaat de trap op naar de eerste verdieping. Zou het kaliber van het pistool niet te licht zijn? Hij gaat de kamer binnen en dan moet hij een niet te beschrijven innerlijke weerstand overwinnen. Hoe effectief is zo'n klein pistool? Het schot gaat gepaard met een luide knal, nog versterkt door de kleine ruimte. Het slachtoffer schreeuwt luidkeels. Daar komen twee verpleegsters toegesneld. In de deur staande wilde Sijnja nog een tweede keer schieten maar de afgeschoten huls klemde tegen de vuurpin. Sijnja vertelt dan: "Nu moest ik weg! Snel langs de portier en verdwijnen in het duister. Ik liep harder en smakte neer toen ik in een bloemenperk terecht kwam. Overeind gekomen kon ik me niet meer oriënteren. Als een gekooid dier liep ik heen en weer langs het hek. Een voorbijganger lichtte me bij met een knijpkat en wees de uitgang. Mebius wachtte op me met een fiets en we reden naar Doekes in de Law. Allee. Daar bleef ik maar kort en na een kop koffie met een scheut cognac ben ik op de fiets naar Veenendaal gegaan waar ik overnachtte bij familie en de volgende dag reed ik door naar Zeist. De Telegraaf was vrijwel de enige krant, die nog bleef verschijnen en in het blad van de volgende dag, dat ik in handen kreeg, stond op de voorpagina: "Moordenaar brengt bloemen!". Toen wist ik pas dat Iprenburg de aanval niet had overleefd." Dagboek van de politie: 28 oktober 1943. "Mevrouw J. Boes geeft telefonisch te kennen dat haar echtgenoot J. Boes even tevoren in de omgeving van zijn woning bij de garage is doodgeschoten. Beambten van de Sichterheitsdienst uit Arnhem, die ten politieburele aanwezig waren, hebben in samenwerking met de gemeentepolitie een onderzoek ingesteld, evenwel zonder resultaat." In augustus '43 was door Rauter een sluipmoord-organisatie in het leven geroepen onder de naam " Silbertanne ". Wanneer er belangrijke N.S.B.-ers of Duitsers werden gedood ging deze organisatie wraak nemen door willekeurige, liefst belangrijke mensen te vermoorden. De schrijver A.M. de Jong was een van de eersten. Thomsen, Hauptsturmführer bij de S.D. in Arnhem, gaf Obersturm- führer Huhn een lijstje met 3 namen: Dr Boes, een professor en een onbekende. Twee "Hollandse" S.S.-ers moesten de aanslag uitvoeren. Huhn nam de S.S.-ers Adolf de Man en Gerrit Jan Koopman mee naar Wageningen en ze stelden zich op in het verborgene op de Hesselink van Suchtelenweg. Dr Boes was op het politiebureau ontboden om daar "verhoord" te worden. Hij ondertekende het verslag en de chirurg ging naar huis. Twintig minuten later kwam het telefoontje van mevrouw Boes. Huhn nam nog een andere S.D.-man mee van het bureau naar het huis van mevr. Boes. De chauffeur moest doorrijden met de auto van Huhn en onderweg de beide S.S.- ers oppikken. Huhn bracht later verslag uit aan Thomsen en stelde voor het hierbij te laten. Wie weet wat de illegaliteit zou doen! De nummers twee en drie van het lijstje hebben nooit geweten wat hun boven het hoofd hing. De S.D.-ers kregen na de oorlog hun verdiende straf. Sijnja schrijft dan: "Nog heden ten dage heb ik geen vrede met het gebeuren. Ik ben de oorzaak geweest van de vroegtijdige dood van deze verzetsstrijder en chirurg. Ik kan dit niet vergeten. Het was een veel te hoge prijs." Niemand heeft dit kunnen voorzien. Wel staat onomstotelijk vast dat Dr. Boes geheel op de hoogte was, meewerkte en zelfs aangedrongen had op de aanslag in "Ziekenzorg". Thomsen werd na de oorlog gevangen genomen en hing zich op. Huhn werd tot levenslang veroordeeld. De Man kreeg levenslang en Koopman overleed in die tijd. 26 januari 1946 werd de naam Berglaan veranderd in Dr Boeslaan en om ondoorgrondelijke redenen werd de naam van deze laan veranderd in Boeslaan. Tot hoe lang nog? Literatuur: 1. Het uitvoerige verslag van Ir S. Maso over de Wageningse Hogeschool en het verzet in de periode 1940-1945. Hierin vertelt Ir Sijnja over deze liquidatie. 2. De kleine Kroniek van het verzet in Wageningen over de periode 1940-1945, F. v.d. Have, blz. 108-111. Terroristen bedreven afschuwelijke moordaanslagen. ZELFS HET ZIEKENHUIS NIET ONTZIEN Te Wageningen werd de Ned. staatsburger Cornelis Iprenburg door een man neergeschoten. De dader, wiens signalement bekend is, nam na den aanslag de vlucht op een rijwiel. Iprenburg werd naar het gemeenteziekenhuis te Wageningen overgebracht. Nadat zijn familieleden hem een bezoek gebracht hadden, kwam des avonds nog een onbekend persoon met een boeket bloemen de ziekenkamer binnen. De gewonde Iprenburg en de onbekende brenger der bloemen bevonden zich alleen in de ziekenkamer. De bezoeker zette den in bed liggende Iprenburg een pistool op de borst en loste een schot, waarna Iprenburg korten tijd later overleed. Voordat hij stierf kon Iprenburg de toegesnelde politie nog belangrijke gegevens omtrent den persoon van den dader verstrekken, die voor het onderzoek van groot belang zijn. In zeer nauwe samenwerking met de Duitsche Sieherheitspolizei en de Ned. recherche zijn maatregelen genomen voor het ophelderen van de beide moord- aanslagen en voor de arrestatie van de daders. Uit: Het Vaderland, 30 oktober 1943. De NSB-er Cornelis Iprenburg heeft veel kwaad werk verricht. Hij was medewerker van de Dienststelle der Sicherheitsdienst in Arnhem en werkte nauw samen met de Wageningse NSB-commissaris van politie Versteeg. Iprenburg had zich ingedrongen in de O.D. van Wageningen. Gelukkig werkte men hier met het systeem, dat één man de leiding had over vijf anderen. Men kende dus niet zo heel veel namen. Iprenburg heeft de mensen uit de groep verraden. De opgepakte groep werd afgevoerd naar concentratiekampen, waar twee van hen omkwamen. Iprenburg dook onder in Drachten. Ook daar drong hij zich in de illegaliteit in en heeft mensen verraden. Regelmatig kwam hij terug naar Wageningen en bleef zodoende een gevaar voor het verzet. Er werd besloten op grond van zijn verraad en het gevaar dat hij nog opleverde, dat hij de doodstraf verdiende. Een eerste poging om hem te ontvoeren door een pseudo Duitse officier met een militair had geen succes. Hij wilde niet mee. Bij de tweede poging op 21 oktober 1943 werd hij door een verzetslid in de Kapelstraat met een revolver in de rechter bovenarm getroffen. Iprenburg werd ter verpleging in het ziekenhuis opgenomen. De dader bleek voortvluchtig. Op 27 oktober 1943 werd Iprenburg in het ziekenhuis door een onbekende bezoeker, met een revolver achter een bosje bloemen, in de borst doodgeschoten. De dader verliet uiterlijk kalm het ziekenhuis, struikelde bij de uitgang, en werd door anderen nog bijgelicht. Een uitgebreid onderzoek door de Wageningse politie leverde geen resultaat op. Het onderzoek werd overgenomen door de Sieherheitspolizei in Arnhem. De echtgenote van de schutter van de eerste poging werd opgepakt en heeft de tot aan het eind van de oorlog als gijzelaar in kamp Vught gezeten. Uit: de tweede wereldoorlog met eigen ogen. Lees meer over: Cornelis Iprenburg in Wikipedia. en (hij deed zichzelf voor als zijn broer). WO2 slachtoffers in Drachten Verzet van Wageningen op YouTube: OD (Ordedienst): Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers: Wishful: lees meer…
https://kaashoekgenealogie.nl https://kaashoekgenealogie.nl https://kaashoekgenealogie.nl Gezinskaart: Geurtje Breekveldt, * 1892, † 1955, dv. Johannes Jacobus Breekveldt & Johanna Petronella Graas. tr. 1e 1912: Cornelis Iprenburg, * 1889, † 1945, zv. Steven Iprenburg & Elisabeth Magendans. Kinderen van Geurtje en Cornelis:  1. Elisabeth Iprenburg, * 1912, † 1993.				2. Johannes Iprenburg, * 1914,  3. N.N. Iprenburg, * 1920.						4. Cornelis Iprenburg, 1922, † 1943. 5. Geurt Iprenburg, * 1927, † 1948.